Omdat er veel mis gaat bij fotograferen in een winterslandschap, heeft de ANWB een paar slimme tips gepubliceerd voor amateurfotografen die elke keer tot de ontdekking komen dat hun sneeuwfoto's er minder mooi uitzien dan de bedoeling was.
1: Pas de ISO-waarde aan
Op heldere dagen, wanneer het ook nog eens heeft gesneeuwd, heeft u een lagere iso-waarde nodig dan de grijze bewolke dagen. U kunt natuurlijk ook altijd nog terug vallen op de AUTO-ISO instelling op de meeste digitale spiegelreflexcamera's.
2: Kies voor beeldstabilisatie
Heb je toch langer de tijd nodig om je foto te belichten, zorg dan dat je een stabiel plaatje hebt. Pentax en Sony hebben een optische beeldstabilisatie in het objectief of in de camerabody om trillingsonscherpte te voorkomen. Voor de andere camera's kun je het objectief los van de camera aanschaffen. Een aanrader is bijvoorbeeld de Sigma 18-200 mm zoom.
3: Houd het histogram in de gaten
Als je een foto maakt met ‘veel wit', dan maakt het meetsysteem de foto vaak automatisch donkerder. Dit komt omdat dit meetsysteem is afgesteld op gemiddelde heldere onderwerpen. Op het histogram kunt u de belichting controleren: die moet helemaal naar rechts uitgevuld zijn.
4: Meet het licht met je camera
Zorg dat je de juiste belichtingswaarden hebt bij het afdrukken van uw foto. Een truc is om de camera in te stellen op een gemiddeld helder deel (bijvorbeeld een groepje mensen), en daarna de foto met het vele wit te nemen.
5: Laat de camera je helpen
Sneeuw is een geweldig groot wit reflectiescherm. Flitsen is dan natuurlijk niet nodig. De nieuwere camera's hebben slimme technieken waarmee u meer details in uw foto kunt krijgen. Maak daarvan gebruik!
6: Gebruik een krachtige flitser
Als u dan toch moet flitsen (bij tegenlicht, 's avonds, of als u binnen bent), denk er dan om dat een krachtiger flitser, die afgestemd is op de elektronica in de camera, meer voordelen biedt dan dat kleine opklapflitsertje op de camera. Het licht reikt veel verder en de kop is draaibaar waardoor we zachter via een witte muur of plafond kunnen ‘bouncen'.
7: Kruip dicht op je onderwerp
Als u dichtbij opneemt, en gebruik maakt van de groothoek , geeft u uw kijker het gevoel dat ze midden in de gebeurtenissen zitten. De foto wordt veel sprekender.
8: Kies voor een snelle sluitertijd
Een goede tip is ook de Sport-/actiestand. Als u dat niet heeft, kunt u uitgaan van een snelle sluitertijd zoals een 1/500 seconde. Voor landschappen is die groothoek ook prima, maar ook kun je inzoomen op details. Voor close-ups (macro-stand op de camera) ga je dichterbij het object. Voor portretten neem je de portretstand en zet je het objectief globaal tussen de 50 (groepje) en 100 mm (één persoon dichtbij) zoomstand.
9: Oefenen!
Hoe meer u oefent, hoe beter u zult worden. Dus mocht u bijvoorbeeld een paar snelle actiefoto's wilt maken van een tijger in de sneeuw, weet nu waar u op moet letten!

RSS feed