Het is vandaag precies 145 jaar geleden dat de Noorse kunstschilder Edvard Munch niet ver van Oslo werd geboren. De expressionist werd vooral bekend door ‘De schreeuw', waar vier varianten van zijn. Eén van die versies werd in 2004 nog op spectaculaire wijze gestolen uit het Munchmuseum in Oslo, om twee jaar later weer op te duiken.
‘De schreeuw' (in het Noors: Skrik) is feitelijk een psychisch zelfportret van de schilder, die de schilderijen maakte nadat zijn getroebleerde liefdesverhouding met de getrouwde Millie Thaulow definitief was geëindigd. Het doek heette oorspronkelijk ‘Wanhoop', maar de schilder is al snel een andere naam gaan gebruiken voor het doek.
Het verhaal doet de ronde dat Munch op een avond met vrienden terugwandelde naar Oslo. Op een brug bleef het gezelschap een tijdlang naar de ondergaande zon kijken. Toen zijn vrienden weer doorliepen en Munch nog bleef kijken naar de buitengewoon rode hemel – volgens wetenschappers extra rood door verhoogde concentraties stof in de atmosfeer, als gevolg van de uitbarsting van de Krakatau vulkaan in 1883 – schijnt hij overvallen te zijn geworden door een gevoel van onmacht en depressie.
‘De schreeuw' geldt als één van de eerste expressionistische werken in de geschiedenis. De stijl, die pas na de eeuwwisseling tot volle wasdom zou komen, domineerde de schilderkunst tot ongeveer de tweede wereldoorlog.
Wie een fraaie tentoonstelling wil zien over één van Nederlands grootste expressionisten, kan terecht in Museum de Fundatie te Zwolle, waar een uitgebreide expositie van Paul Citroen hangt uitgestald.
RSS feed
